In zijn 25 februari toespraak refereerde president Bouterse aan het “depolitiseren” van de ministeries van Volksgezondheid en Onderwijs (Minov). De president ziet dit als een verdienste van zijn regering en klaagde erover dat velen zowel binnen als buiten Suriname dit maar niet willen begrijpen. Enige tijd geleden, hebben we PL-leider Somohardjo in DNA juist horen betogen dat het begrip depolitisering verkeerd wordt toegepast op het Minov. In zijn ogen is dit zo ernstig, dat zijn fractie de begroting voor Onderwijs niet zal steunen.

Hoe moeten we hier tegenaan kijken en begint er niet een enorme begripsverwarring te ontstaan over de term “depolitiseren” ?

Het ideale plaatje

Laat mij beginnen om vast te stellen dat in een goed functionerende democratie, een zekere politisering onvermijdelijk is. In ieder geval de minister behoort een politieke functie te zijn. Als er geen politieke ministers meer zijn, kan de politiek immers het landsbestuur niet meer aansturen en dan zou het ook geen zin hebben om te stemmen. We komen dan in een dictatuur terecht.

Los van de ministerspost, is het gebruikelijk in democratische landen dat de minister zich omringd door enkele hoge staffunctionarissen die dezelfde politieke bloedgroep hebben, of waarmee hij in ieder geval goed overweg kan. Een belangrijke functie is die van Directeur op een Ministerie; de minister moet erop kunnen vertrouwen dat de Directeur zijn beleid loyaal uitvoert.

Wat fout is gegaan in Suriname, is dat er te veel functies op de ministeries gepolitiseerd zijn. Van hoog tot laag worden functies bezet door loyalisten, die vaak niet over de vereiste competenties beschikken. Dit is een zeer gevaarlijke ontwikkeling, die uiteindelijk kan leiden tot een “failed state”. Voorbeelden van “ failed states” of patronage staten, zijn Griekenland en Venezuela. Naar mijn mening loopt Suriname een reëel risico ook een “failed state” te worden.

Overigens moet ik hieraan toevoegen dat ook in democratische staten soms gekozen wordt om ministersposten tijdelijk door technocraten in te laten vullen. Vaak wordt deze oplossing gekozen in een periode van economische of politieke crisis. Zo hebben we enkele jaren geleden gezien dat tijdens de schuldencrisis in Italië zelfs een technocraat werd ingezet als premier (Monti). Echter, voor de democratie is dit niet een ideale oplossing.

Hoe depolitiseer je een ministerie?

Hamvraag voor Suriname is, lijkt mij, hoe depolitiseer je een ministerie? Moet je de ministersfunctie zelf depolitiseren (zoals op Minov en Volksgezondheid is gebeurd)? Het risico is dan dat de politiek de grip verliest op het ministerie. Zeker als een minister vervolgens vrienden of familieleden gaat benoemen op cruciale posities, lijkt het erop dat het ministerie van de regen in de drup raakt.

Mij lijkt een betere oplossing, dat politieke partijen duidelijke afspraken maken welke functies door de politiek worden ingevuld. Dit mogen er maar enkele zijn. Alle overige functies moeten ingevuld worden op basis van goed HRM beleid. De politiek zal op afstand gezet moeten worden.

Tot slot wil ik nog opmerken, dat de huidige president zich beroept op het depolitiseren van ministeries, maar tegelijkertijd allerlei presidentiële taskforces heeft ingevoerd, die een hoog politiek (lees: NDP) gehalte hadden. Onder meer op RGB was dit het geval. Wat we onlangs hebben gezien, is dat van de uitreiking van titels op grondpercelen een complete paarse (NDP) show werd gemaakt. Als de president serieus meent dat hij ministeries wil depolitiseren, zou hij hier met onmiddellijke ingang een eind aan moeten maken. Ambtelijke diensten moeten neutraal hun werk doen.

Jan Gajentaan

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.