Het Assembleelid Ronny Asabina (BEP) is blij te constateren, dat de regering tot inkeer begint te komen over de ernst van de watersnoodramp in zijn district Brokopondo. De regering etaleerde deze houding afgelopen zaterdag tijdens een grote “krutu” te  Brokopondo Centrum met het traditioneel gezag van het district. De lokale bevolking was daarbij ook in grote getale aanwezig.

Noodtoestand?

President Chandrikapersad Santokhi, die er met een regeringsdelegatie aanwezig was zei, dat maandag, 23 mei, de regering zal besluiten of de noodtoestand zal worden uitgeroepen voor het door watersnoodramp getroffen district.

Een groot aantal dorpen en woongemeenschappen gelegen beneden de Afobaka waterkrachtcentrale liggen al bijna twee maanden onder water, omdat er overtollig water wordt gespuid uit het stuwmeer. Alle verklaringen van de Staatsolie Power Company Suriname (SPCS) ten spijt blijft het water in de onder water gelopen gebieden stijgen. President Santokhi zei zaterdag tijdens de belegde krutu met de traditionele gezagdragers van het district, dat de hulp is ingeroepen van internationale deskundigen om een onafhankelijk onderzoek te doen naar de oorzaken van de watersnoodramp. Hij noemde daarbij Nederland, met deskundigen van het Wereld Water Forum en Brazilië, dat ervaring heeft met beheer van waterkrachtcentrales.

Santokhi herhaalde zijn oproep de avond ervoor gedaan in het parlement om geen partij politiek te bedrijven met de watersnoodramp en het leed van de getroffenen. Hij riep op tot een nationale aanpak. 

Geen stemmingmakerij

De mededeling van de president zaterdag over het mogelijk uitroepen van de noodtoestand wordt door Ronny Asabina ten zeerste toegejuicht. Het geeft aan, dat de regering “met babystapjes” tot inkeer begint te komen over de ernst van de ramp. Het Assembleelid werd vrijdagavond nog, maar ook eerder tijdens de begrotingsbehandeling, door de regering en collega parlementariërs van de regeringscoalitie verweten “politiek te willen scoren” met de watersnoodramp en de leed van de getroffenen.

Asabina heeft sedert het begin van het ontstaan van de watersnoodramp herhaaldelijk gewezen op de ernst van de situatie en de enorme materiële en immateriële schade voor de slachtoffers van het stijgende water. Hij heeft meerdere malen erop gewezen, dat er onder de bewoners van Brokopondo grote onvrede en spanning heerst over de aanpak en communicatie door SPCS en de autoriteiten.

De bevolking van Brokopondo leeft in onzekerheid over haar toekomst. Het feit dat niemand met geen woord rept over schadevergoeding voor de geleden schade aan hun woningen en andere bezittingen, draagt bij aan de gespannen gemoedstoestand van de mensen. De kritische houding van de parlementariër wordt door de regering als stemmingmakerij aangemerkt. 

Inkeer

Asabina is daarom blij nu te mogen merken, dat de regering nu begint in te zien dat al hetgeen waarvoor hij eerder aandacht heeft gebracht geen “stemmingmakerij” is geweest, maar zaken die levensgroot spelen bij de bevolking van Brokopondo. 

Doordat vele dorpen al meer dan twee maanden onder water zijn gelopen en het water nog enkele maanden zal blijven hangen en in het ergste geval zelfs nog zal stijgen, begint er een onleefbare situatie te ontstaan. Er begint onherstelbare schade te ontstaan aan woningen. De hygiënische situatie in en rond de dorpen is aan het verslechteren en er is sprake van een muskietenplaag. “Het is geen stemmingmakerij, maar voor de bewoners een levensgrote realiteit van alledag die ernstige vormen beginnen aan te nemen”, aldus Asabina. Er is sprake van een noodsituatie van enorme proporties.

SS

Dit bericht is afkomstig van Dagblad Suriname. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.