PARAMARIBO, 7 sep – Het is niet bekend waar de overblijfselen liggen van de zeventien Hindostanen die in 1902 werden doodgeschoten. Archeoloog Benjamin Mitrasingh wil een zoektocht beginnen naar de resten van de slachtoffers van de opstand op plantage Mariënburg in 1902. Het wordt geen opgraving, hooguit toegeven aan een sociale wens.

Het is de ‘gemeenschap die wil weten waar de lijken begraven zijn. “Het is geen echte opgraving hoor. Ik wil het graf lokaliseren en netjes achterlaten. Steentje erop, klaar”, zegt Mitrasingh tegenover de Ware Tijd. Dat niemand nu weet waar de lijken liggen, is niet verwonderlijk. Soldaten van het koloniale leger hadden de lijken langs de plaatselijke spoorbaan gedumpt in graven. Dat gebeurde aan beide zijden van de spoorbaan. Er is toen ongebluste kalk op geworpen.

Dat moest stank voorkomen. Nadien gold een streng verbod op het bezoeken van de begraafplekken. Aan de hand van luchtfoto’s zal getracht worden de plekken te lokaliseren. Door de kalk moet het er plaatselijk minder begroeid zijn. Om het geld bij elkaar te krijgen, zal worden aangeklopt in Nederland. “We richten ons op bedrijven zoals ABN Amro, die uit de toenmalige eigenaar van de plantage, de Nederlandse Handelsmaatschappij, zijn voorgekomen”, aldus Mitrasingh.

Dit bericht is afkomstig van Suriname | Waterkant.Net. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.