PARAMARIBO, 20 jul – Parlementariërs Waldi Adjiaso en Diana Pokie vertrekken niet zonder slag of stoot. Als hun politieke partij Bep en het Centraal Hoofdstembureau vinden dat ze parlementariër af zijn, moet dat maar bewezen worden. Net zo lang blijven beiden deelnemen aan het parlementaire werk. Hun hoop is intussen gevestigd op de rechter.

Die zal moeten uitmaken of de tegenpartij(en) de Terugroepwet juist hebben uitgevoerd. Voor de twee is elke uitspraak nu voorbarig, ook die van verkiezingsautoriteiten. “Niemand weet precies wat er gaat gebeuren, maar ze zullen allemaal voor verrassingen komen te staan. Het kan nog spannend worden voor de mensen die ons liever zien gaan. Intussen weet ik zeker dat niemand Pokie en ik uit het parlement kan zetten”, zegt Adjaiso tegenover de Times of Suriname.

Het parlement zelf lijkt ook geen haast te maken met het weren van Pokie en Adjaiso. Beiden worden normaal uitgenodigd voor formele vergaderingen. Volgens de Terugroepwet worden parlementariërs geacht dat niet meer te zijn vanaf het moment dat ze bericht krijgen van het Centraal Hoofdstembureau. Het bureau heeft sinds zeventien april de twee in kennis gesteld. Pokie ziet zich als proefkonijn, daar het de eerste keer is dat de wet in praktijk wordt gebracht.

Dit bericht is afkomstig van Suriname | Waterkant.Net. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.