Door Eugene van der San

Naar aanleiding van vragen van enkele personen over het artikel van mijn hand “Geen politieke rechten ?” publiceer ik het gaarne in extenso:

De juridische strijd die de heer Jankie voert bij de OAS te Washington voor naleving van de TO door de Staat Suriname is legitiem, maar betekent niet dat het gerechtvaardigd is. Zoals ik weet en met mij velen, weet de heet Jankie ook dat er politiek is bedreven met de TO bij de wijziging, met name artikel 5 lid 2. Op twee momenten heeft de politiek, dus degenen die beslissingsbevoegd waren, bewust een andere draai gegeven aan de zaak .

Het eerste moment was bij het redigeren in 1994 van wat gewijzigd moest worden namelijk artikel 5 lid 2 moest in haar geheel worden geschrapt. Echter werd slechts een zin van het tweede lid van artikel 5 geschrapt namelijk “zij verkrijgen van rechtswege de Surinaamse nationaliteit, indien zij gedurende twee jaren in de Republiek Suriname hetzij woonplaats, hetzij werkelijk verblijf hebben”.

Het tweede moment is veel ernstiger omdat daar sprake is van manipulatie in ons hoogste college met name De Nationale Assemblee. Krachtens de artikelen 103, 104, 105, 106 en 107 van onze Grondwet maar in het bijzonder 104, worden Verdragen uitdrukkelijk of stilzwijgend goedgekeurd. De toenmalige voorzitter die voorstander was van een dubbele nationaliteit heeft middels de TO inderdaad ervoor gezorgd dat de artikel 5 lid 2 Nederlanders in alle opzichten voor hun verdere leven aanspraak behouden op een behandeling als Surinamer.

Als een slimme politicus heeft Lachmon gezien dat als je het Verdrag wijzigt in dier voege, dat je de zinsnede “zij verkrijgen van rechtswege de Surinaamse nationaliteit, indien zij gedurende twee jaren in de Republiek Suriname hetzij woonplaats, hetzij werkelijk verblijf hebben”, laat vervallen, zij de behandeling verder moeten krijgen zonder dat zij de nationaliteit verkrijgen.

De wijze waarop hij de wijziging heeft doorgevoerd verdient alle respect als politicus. Het succes was al vooraf gegarandeerd. Echter als jurist was dat verwerpelijk. De toenmalige minister van Justitie mr. S.K. Girjasing en de toenmalige minister van Justitie van Nederland Professor Ernst Hirsch Balin, hadden een goede verstandhouding waardoor zaken makkelijk gerealiseerd konden worden. Zo kwam een initiatief van Surinaamse zijde gebaseerd op een oneigenlijke reden om het Verdrag te wijzigen.

Het wijzigingsvoorstel is bewust naar De Nationale Assemblee gezonden tijdens de recesperiode en is blijven liggen om na die 30 dagen conform artikel 104 de mededeling te doen, dat het stilzwijgend is goedgekeurd. Bij een grondig onderzoek zal blijken dat toen niet in overeenstemming met Hoofdstuk X van het Reglement van Orde voor De Nationale Assemblee is gehandeld. Naast deze twee momenten heeft het ergste in mei 2001 in de rechtszaal bij de kort geding rechter plaatsgevonden. De gewezen Advocaat-Generaal Mr. Armand van der San merkte op “dat door divergerende interpretaties van belanghebbenden een Babylonische spraakverwarring hierover in stand wordt gehouden en brengen rechterlijke uitspraken in deze materie nog meer duisternis dan helderheid”.

In het kort geding vonnis van rechter Von Niesewand, is onder andere bepaald dat de heer Jankie als artikel 5 lid 2 Nederlander overeenkomstig het Verdrag moet worden behandeld als ware hij Surinamer, hetgeen inhoudt dat hij alle rechten die een Surinamer toekomen moet krijgen, ook het actief en passief kiesrecht.

Hier heeft de eerste dwaling plaatsgevonden doordat de kantonrechter artikel 106 van de Grondwet is gaan toepassen hetgeen niet in het Surinaams belang is, terwijl bij een tekstuele interpretatie de uitkomst concreet zou zijn waarop de belanghebbenden aanspraak konden maken. Dan zou blijken dat de behandeling als ware een Surinamer niet automatisch inhoud dat je ook het actief- en passief kiesrecht bezit want die politieke rechten zijn gerelateerd aan het Surinaams staatsburgerschap .

De Surinamer die gebruik wil maken van het aktief kiesrecht moet ingevolge de Grondwet en de kieswet in het bezit zijn van de Surinaamse nationaliteit en dat boterbriefje kan meneer Jankie niet presenteren. Daarom bepaald het artikel dat hij een behandeling moet krijgen als ware hij een Surinamer. Wanneer aan hem ook het aktief en passiefkiesrecht wordt toegekend dan krijgt hij een behandeling die meer is dan van een Surinamer.

Daarom zijn beide vonnissen zowel van de kantonrechter van 23 mei 2001 als van het Hof van Justitie van 3 augustus 2007 niet correct en niet in overeenstemming met de Toescheidingsovereenkomst m.n. artikel 5 lid 2.

Bovendien kan iemand die het aktief kiesrecht rechtens niet bezit ook geen passief kiesrecht hebben. De nadruk wordt teveel gelegd op de politieke rechten, maar is het de bedoeling dat ook onze verhoogde AOV (waarvoor sommige Surinamers dik storten ) zondermeer aan de betreffende groep wordt uitgekeerd? Het is nu de tijd dat deze zaken ook onder de aandacht van de OAS worden gebracht ter verdediging van het regeringsstandpunt en daardoor op deze onrechtvaardigheid wordt gewezen of indien mogelijk herziening van het vonnis van 3 augustus 2007 van het Hof van Justitie wordt gevraagd.

In de rubrieken ‘Ingezonden/ Aangeboden’ stelt GFC Nieuws een ieder in de gelegenheid om een eigen mening of visie te geven op alle actuele ontwikkelingen en/of relevante onderwerpen. Stukken die geplaatst worden komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de visie en/of de mening van de redactie.  De redactie heeft het recht om de stukken wel of niet te plaatsen, in te korten of te redigeren, zonder de mening en/of visie van de inzender aan te tasten. Er worden alleen stukken geplaatst die behoudens een ieders verantwoordelijkheid voldoen aan wat gesteld wordt in de Surinaamse wetgeving.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.