Het Nederlandse politieke stelsel, stelt Guno Rijssel, is al lang achterhaald en niet bestand tegen de eisen van de tijd. Deze reeds voor de verkiezing door hem geuite stelling, acht hij bewezen door zowel de verkiezingsuitslag als de coalitieonderhandelingen tussen de natuurlijke tegenpolen, de VVD en de PvdA. ‘Hervormen dat ding’, luidt zijn diagnose.

In mijn vorige essay heb ik de validiteit van het Nederlandse politieke stelsel ernstig in twijfel getrokken. Ik heb getracht een afdoende antwoord te formuleren op de vraag welke elementen het stelsel in essentie zo inferieur maken en of, zo ja, hoe deze te corrigeren zijn.

Een van mijn conclusies had betrekking op de afwezigheid van een kiesdrempel: ik heb geconcludeerd dat deze omissie tot gevolg heeft, dat teveel kleine partijen er met teveel zetels vandoor gaan. Dit heeft dan weer als consequentie dat het formatieproces ernstig bemoeilijkt zo niet verstopt raakt: de grote partijen zien zich gedwongen om, vaker dan hen lief, is te gaan ’shoppen’ bij partijen en partijtjes, die buiten hun ‘comfortzone’ opereren.

Deze partijtjes, die ineens ‘van niets naar iets’ worden gepromoveerd, wensen vervolgens in het besluitvormingsproces niet slechts geïnformeerd te worden: zij wensen daadwerkelijk geconsulteerd te worden. Dat een en ander uitmondt in een politieke ‘koehandel’ is een uitgemaakt feit. Ik heb daarom geconcludeerd dat de introductie van een kiesdrempel in de Nederlandse politiek, gegeven de huidige nationale en supranationale uitdagingen, een absolute vereiste is, zo men op termijn tot een stabiel en levensvatbare politieke cultuur wil geraken.

Ik heb echter tevens geconcludeerd dat dit middel mogelijkerwijs geen afdoende remedie zal blijken te zijn: de praktijk heeft uitgewezen dat het verkiezingsproces, met name in de laatste twee weken, consequent uitmondt in een tweestrijd om het premierschap. De grootste partij mag namelijk, krachtens ongeschreven formatierecht, het ambt van minister-president opeisen. Direct gevolg hiervan is, dat andere partijen in die laatste weken steeds worden weggeblazen. De hen, volgens de peilingen, toebedachte winst verdampt, vanwege het enkele feit dat zij geen acceptabele kandidaat voor het premierschap in voorraad hebben.

Ik laat in dit kader Emiel Roemer (SP) aan het woord: “De tweestrijd ging tussen de VVD en de PvdA. Daar hadden we graag tussen gestaan. Het is echt heel moeilijk in zo’n strijdgewoel overeind te blijven.” Onderzoek heeft uitgewezen dat als 17 procent van de kiezers zich niet door deze tweestrijd zou hebben laten beïnvloeden en dus niet strategisch zou hebben gestemd, de VVD dan zeven zetels minder zou hebben gehad en de PvdA maar liefst  elf zetels minder. Het kiesstelsel, zo constateren wij, heeft de kiezer dus gedwongen om in totaal 18 zetels! aan twee partijen toe te vertrouwen, die pertinent niet hun eerste keuze was. Hoezo, ‘de kiezer heeft deze coalitie gewild.’

Mede op grond van de resultaten uit vorige verkiezingen, ben ik tot de slotsom gekomen dat, zo men een werkbare coalitie(geheel over rechts of over links) nastreeft, men er niet aan ontkomt om naast een kiesdrempel, voorafgaande aan de Tweede Kamerverkiezingen, aparte verkiezingen om het ambt van de minister-president te organiseren.

Laten wij bovengenoemde (veronder)stellingen aan de realiteit van de laatst gehouden Tweede Kamer verkiezingen toetsen. De officiële uitslag: a) de Groten: de VVD 41; PvdA 38; PVV 15; SP 15; CDA 13; en D66 12 zetels. b) de Kleintjes: De ChristenUnie 5; GroenLinks 4; SGP 3; Partij voor de Dieren 2; en nieuwkomer 50plus 2 zetels. De kleinere partijen zijn, zo constateren wij, samen goed voor zestien contante zetels. Hoe nu verder, is de vraag waar een ieder zich voor gesteld ziet. Allereerst zij opgemerkt dat er twee, toegegeven, niet erg realistische alternatieven, op de beoogde VVD/PvdA-coalitie mogelijk zijn. Ik doel hier op een centrumrechts en een centrumlinkse variant.

Centrumrechts: deze optie is niet realiseerbaar, primair vanwege de persoonlijkheidsstructuur van de politicus Geert Wilders. Het CDA heeft via haar politiek leider Sybrands Buma reeds voor 12 september laten weten niet in te zijn voor een herhaling van deze PVV gedoogvariant: het aanhoudende Anti-Islam gemekker, in combinatie met de afwezigheid van enige vorm van regeerverantwoordelijkheid, heeft het CDA-electoraat danig de stuipen op het lijf gejaagd. ‘Eens en nooit weer’, luidt daar het onverbiddelijke eindoordeel.

Centrumlinks: wij doelen hier dan op een coalitie van de PvdA, de SP, D66 en het CDA. Ze zijn samen goed voor 79 zetels. Voor een meerderheid in de Tweede Kamer volstaat de helft plus één, 76 zetels dus. Het betreft dan wel een vierpartijen coalitie, met daarenboven een op verlies staande CDA. Ik acht het, uit zowel politiek-strategische als ideologische oogpunt, uitgesloten dat dit CDA met deze partijleider onder deze omstandigheden, deze variant aan een regeermeerderheid zal willen helpen.

Hoe hebben de twee ‘vermeende’ winnaars eigenlijk op de uitslag gereageerd? Mark Rutte: “het is duidelijk dat de kiezer ons een mandaat heeft gegeven om op de gekozen weg voort te gaan. Wat mij betreft is er echt geen ruimte voor om het even welk nieuw experiment.” Diederik Samson:“het is duidelijk dat de kiezer wil dat het roer volledig om moet. De recepten van Mark Rutte hebben gefaald; er zal nieuw en ander beleid gemaakt moeten worden.”

En toch ziet politiek Nederland kans te beweren dat de VVD en de PvdA elkaars logische partners zijn. U moet zich goed realiseren, dat wij hier te maken hebben met twee partijen, wier ideologie reeds meer dan vijf decennia haaks op elkaar staat; met standpunten, waar geen van beiden vanaf zal kunnen wijken, zonder hun politieke geloofwaardigheid te verliezen; met bovendien visies op de belangrijkste dossiers (Europa, de arbeidsmarkt, de zorg, de woningmarkt, de pensioenen) die hoegenaamd geen manoeuvreerruimte toelaten.

Terwijl de PvdA al decennia opereert volgens het credo: ‘de sterkste schouders, de zwaarste lasten’, heeft de VVD een ‘honderdjarige’ liberale traditie van ‘eigen persoontje eerst’. Trouwens, van VVD’ers wordt weleens gekscherend gezegd, dat zij de hele wereld als een bedrijf beschouwen, waarin alles en iedereen op output en rendement wordt afgerekend. Daardoor wordt immers de bedrijfswinst bepaald. En deze twee tegenpolen gaan dus nu coalitieonderhandelingen met elkaar voeren, die moeten uitmonden in een stabiel en politiek daadkrachtig kabinet. Een kabinet, zo stelt men, dat de rit volledig zal moeten uitzitten. Je moet er maar op komen!

Gesteld wordt, dat een VVD/ PvdA-coalitie slechts dan tot stand zal kunnen komen, indien beide partijen de bereidheid op zullen kunnen brengen, om op bepaalde punten(welke?) disproportioneel veel water in de wijn te doen. Dit betekent in mijn optiek niets minder, dan dat de PvdA zich, contrair aan de inzichten van Diederik Samson, rechts van de SP zal moeten gaan positioneren, terwijl de VVD zich ‘nolens volens’ gedwongen zal zien om meer naar het midden, doch in ieder geval links van de PVV te gaan profileren.

Laat ik u twee voorbeelden ter illustratie geven. U hebt vast wel gehoord van de hypotheekrente aftrek. Wat u niet weet, is dat dit gewoon een staatssubsidie is voor mensen met een bovenmodaal inkomen: die wonen namen in die dure huizen. Vraag: hoe gaat de PvdA hiermee om? Gaat ze dit beleid continueren. Ander voorbeeld: de ontwikkelingshulp vs het leger. De VVD wil drastisch bezuinigen op de ontwikkelingshulp. Tegelijkertijd wil zij het bedrag op de begroting voor defensie met vele miljarden euro’s verhogen. Bezuinigen op ontwikkelingshulp en verhoging van de uitgaven op de defensie begroting. Hoe gaat de PvdA hiermee om? Hoe ver kun je gaan met jezelf te verloochenen.

De eerste prognoses luiden, dat de VVD en de PvdA elk, binnen een tijdsbestek van twaalf maanden, naar een virtueel aantal van gemiddeld twintig zetels zullen terugvallen. Dat de PVV en de SP hier erg veel garen bij zullen spinnen, is voor analisten een uitgemaakte zaak. De termen ‘slapend rijk worden’ en ‘lekker prijsschieten’ schijnen nu reeds in politiek Den Haag de ronde. Gesteld wordt, dat de VVD en de PvdA, na de eerste vernietigende peilingen, voortdurend angstig over hun schouders om zullen kijken. Dat dit de onderlinge verstandhouding niet ten goede zal komen, is natuurlijk glashelder: riep daar iemand dat zij vast van plan zijn om de deze keer de rit volledig uit te zitten?

Met de uitslag op zak rijst eens te meer de vraag naar ‘het bestaansrecht’ van de ‘kleintjes’ binnen de politieke arena. Ik verwijs in dit kader naar de visie van Jelis van Leeuwen, een prominent Groen Linkser van het eerste uur:“Principieel is natuurlijk de vraag aan de orde, waartoe GroenLinks op aarde is, of GroenLinks nog bestaansrecht heeft of dat de partij in alle eerlijkheid tot de conclusie moet komen, dat de beste bijdrage die aan de Nederlandse politiek geleverd kan worden, vooral is – om nog verdere politieke versplintering en marginalisering tegen te gaan – de partij GroenLinks op te heffen. Dat zou in ieder geval politiek onderscheidend zijn van andere partijen in Nederland. Een politieke partij die zich opheft, bij gebrek aan politiek succes en het structureel ontbreken van voldoende betekenisvol politiek draagvlak, om serieus deel te nemen aan de regeringsmacht om idealen daadwerkelijk gestalte te geven. Die missie, zoals geformuleerd bij het begin van GroenLinks, is mislukt. De nu gekozen Tweede Kamerfractie zou zich – gehoord het Congres van GroenLinks – eventueel kunnen aansluiten bij de PvdA om de linker- en milieuvleugel daar nadrukkelijker te versterken en zo de PvdA in de praktische politiek van alle dag nog sterker te maken. GroenLinks zal bij een verdere voortbestaan expliciet duidelijk moeten maken welke existentiële en politieke betekenis zij nog heeft.”

Het bovenstaande geldt wat mij betreft eveneens voor de Partij van de Dieren(2) en Partij van de Ouderen(2): fuseren met de PvdA alsmede voor de CU(5) en SGP(3): fuseren met het CDA. Samen zijn ze dan goed voor twintig zetels. Je telt dan opeens weer helemaal mee, vooral als wij kijken naar de verhoudingen in de Eerste Kamer. De veronderstelling dat er in de Eerste Kamer geen politiek a la de Tweede Kamer wordt bedreven kan trouwens, indien wij de stemgedragingen van de afgelopen twee jaar in ogenschouw nemen, gevoeglijk naar het rijk der fabelen worden verwezen

Ten slotte nog het volgende: naar aanleiding van mijn pleidooi voor de combinatie: kiesdrempel/gescheiden premierverkiezing, heeft de heer Gajentaan gemeend om, met behulp van een bekende, afgezaagde, valse discussietechniek, te moeten concluderen, dat schrijver dezes onvoldoende bekend zou zijn met de feitelijke constitutionele verhoudingen in o.a. Duitsland en Zweden; dat ik met name niet op de hoogte zou zijn van het feit, dat er in genoemde landen geen directe verkiezingen voor het ambt van de minister-president plaatsvinden.

Het is, om te beginnen, volstrekt duidelijk dat de heer Gajentaan een fervent tegenstander is van iedere substantiële wijziging in de constitutionele status quo in zowel Nederland als in Suriname. Laat ik het scherper stellen: de heer Gajentaan veroordeelt veranderingen, om het enkele feit dat het veranderingen zijn. De vraag of de samenleving hier misschien gebaat bij zou zijn, speelt in zijn denken hoegenaamd geen rol. Als samenleving heb je met zulke vrienden echt geen vijanden meer nodig. De heer Gajentaan gaat evenwel geheel voorbij aan het feit dat het kiesstelsel zelf(vijf verkiezingen in tien jaar!) alle aanleiding geeft tot serieuze reflecties en tot substantiële correcties, teneinde haar op den duur levensvatbaar en werkbaar te houden.

Also, hören Sie mal Herr Gajentaan: mir macht das alles gar nichts was Sie mir alles zuschreiben wollen. Wenn Sie es ganz genau wissen wollen: es ist mir doch alles völlig egal. Machen Sie ruhig so weiter. Ich hoffe es macht ihnen unheimlich viel Spaß um auf diese Art und Weise zu diskutieren und zu argumentieren.

Het zijn valse discussietechnieken en abjecte conclusies die hebben geleid tot de Spaanse en Portugese inquisitie in de twaalfde, dertiende en veertiende eeuw. Het zijn valse discussietechnieken en abjecte conclusies die de Oostenrijkse schilder Adolf Hitler hebben gedegradeerd tot het monster, dat direct verantwoordelijk is voor de concentratiekampen van o.a. Dachau , Buchenwald en Treblinka. Het zijn echter ook dezelfde valse discussietechnieken en abjecte conclusies die hebben geleid tot de massaslachtingen van weerloze vrouwen en kinderen in de Palestijnse vluchtelingenkampen van Sabra, Shatilla en Tel Al Zaatar.

Shalom!

mr. drs. Guno Rijssel

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.